Vormen DPP4-remmers een sprankje hoop voor diabetes 2 patiënten bij COVID-19 ?

Sinds het uitbreken van de COVID-19 epidemie hebben websites en tijdschriften geijverd om resultaten snel wereldkundig te maken. Dit met het oog op het veranderen van de behandelmethodes en het verbeteren van de prognose. Achtereenvolgens hebben we (hydroxy)chloroquine, azithromycine (Franse publicatie preprint online), lopinavir-ritonavir en remdesivir als veelbelovend gehad. Terwijl dexamethason (steroiden werden aanvankelijk afgeraden) overgebleven is en antistolling. De bevolking pikt de signalen snel op uit de media en snakt naar hoop, daarom is het belangrijk dat diabetesbehandelaren de achtergronden kennen van die sprankjes hoop. DPP4-remmers zijn op dit moment niet meer dan een sprankje hoop, zeker nog geen behandeling. In onderstaand artikel vatten we drie publicatie uit Diabetes Care samen, die kunnen bijdragen aan de hypothesevorming en een basis kunnen vormen voor het verder opzetten van meer observationele studies om de resultaten te bevestigen dan wel te ontkrachten. 

Impact of comorbidities and glycaemia at admission and DPP-4 inhibitors in patients with Type 2 diabetes with COVID-19: a case series from an academic hospital in Lombardy, Italy.

In de periode van begin februari tot begin april 2020 nam een Milanees ziekenhuis 387 patiënten met bewezen COVID-19 op.  90 hiervan hadden T2DM.  Men zocht naar prognostische factoren voor een slechte (dodelijke) afloop. Primaire eindpunt was COVID-19 gerelateerde mortaliteit bij T2DM; secundair eindpunt van de studie waren de determinanten van mortaliteit in de gehele populatie.

Behandeling in die tijd bestond uit hydroxychloroquine, enoxaparine , lopinavir/ritonavir en antibiotica; een kwart kreeg ook steroïden. 196 van de 387 patiënten kregen ook zuurstof. Dertig personen werden beademd. Mortaliteit onder de personen met T2DM was 42 %; onder de personen zonder diabetes 22 %.De Cox proportional hazard analyse werd toegepast om risicofactoren voor mortaliteit te onderzoeken. Coronaire hartziekte (adjusted hazard ratio 1,56), nierziekte (aHR 2,07), doorgemaakt CVA (a HR 2,09) en maligniteit (a HR 1,57) bleken voorspellend, maar ook glycemie (aHR 1,07 per 10 mM stijging glucose) D-dimeer (a HR 2,25 per 1 SD stijging), LDH (a HR  1,68 per 1 SD stijging) bleken univariaat voorspellend. In de multivariate analyse bleken leeftijd > 70 (a HR 7,24), hoge IL-6 ( a HR 2,58) en D-dimeer (a HR 2,03) en wederom glucose bij binnenkomst (a HR 1,06 per 10 mM stijging) voorspellende factoren.

Binnen de groep patiënten met T2DM (n=90) bleek het gebruik van β-blokkers (a HR 3,21) en insuline (a HR 3,05) risicoverhogend te werken, terwijl het gebruik van DPP-4 remmers (a HR 0,13; CI 0,02-0,92) risicoverlagend uitpakte. Patiënten die DPP-4 remmers gebruikten, hadden minder vaak beademing nodig en geen van de DPP-4 gebruikers gebruikte insuline.

Noot: In totaal gebruikten er 12 patiënten een DPP-4 remmer.

Referentie: Mirani et al., Milaan, Diabetes Care 2020;43:3042-3049; https://doi.org/10.2337/dc20-1340

______________

Sitagliptin treatment at the time of hospitalization was associated with reduced mortality in patientes with Type 2 Diabetes and COVID-19: A multicenter, cas-controle, retrospective observational study

In 7 Noord-Italiaanse ziekenhuizen werden tussen begin maart en eind april 2020 338 patiënten met T2DM en COVID-19 pneumonie opgenomen. 169 patiënten kregen on top of standard care 100 mg sitagliptine (bij GFR < 45 ml/min 50 mg) en 169 patiënten, gematched voor leeftijd en sexe, kregen de standaard behandeling. De behandeling, meer een compassionate use, dan een studie, was goedgekeurd door de IRB van het Luigi-Sacco Ziekenhuis, verbonden aan de Universiteit van Milaan.

Mortaliteit was 18 % in de sitagliptine-behandelde groep en 37 % in de standaard behandelde groep. In de multivariaat analyse was de Odds Ratio voor mortaliteit van de met sitagliptine behandelde patiënten 0,23 (CI 0,12-0,46). De sitagliptine gehandelde patiënten hadden minder ICU-opnamen (HR 0,51) en minder beademing ( HR 0,27) nodig. ECMO was hetzelfde in beide groepen (ongeveer 7 %)

Referentie: B Solerte et al., Pavia/Milaan/Bergamo, Mester, Boston, Diabetes Care 2020;43:2999-3006; https://doi.org/10.2337/dc20-1521

______________

Reduced COVID-19 mortality with sitagliptin treatment ? Weighing the dissemination of potentially lifesaving findings against the assurance of high standards.

Een commentaar door M,A. Nauck & J.J. Meier op observationele studies naar de toegevoegde waarde van DPP4-remmers in de behandeling van Covid-19

In een editorial, die zeer lezenswaardig is, kaarten Michael Nauck en Juris Meier de sterkten en de zwakten van de studie van Solerte et al. aan. De veelbelovende titel van de sitagliptine studie belooft meer dan wat de feiten bieden: Ten eerste, er was geen randomisatie en er was geen blindering. Enkele onderzoekers uit deze groep hadden eerder een hypothese ontwikkeld, dat het SARS-CoV-2 virus zich aan DPP/CD26 bindt om zo de via de endotheelcellen de pneumocyten te bereiken. Verhinderen van die binding zou dan kunnen leiden tot minder invasie van virusdeeltjes.

Ten tweede was de data collectie niet compleet (bijv. noodzaak beademing  of ICU opname onbekend bij 30 % van de patiënten)  en ten derde waren er aanwijzingen dat de sitagliptine groep minder ziek was (lagere CRP). De studie van Mirani heeft als zwakte dat de uitkomsten gebaseerd zijn op 12 DPP-4 gebruikers, maar is veel robuuster uitgewerkt.

Bron: M.A. Nauck & J.J. Meier; Diabetes Care 2020;43:2906-2909; https://doi.org/10.2337/dc20-0062

Plaats een reactie