Welke patiënt welk middel? Review cardiovasculaire effecten van diabetesmedicatie

Umbrella review naar cardiovasculaire effecten van diabetesmedicatie


Er komen steeds meer glucoseverlagende
medicijnen met uiteenlopende cardiovasculaire effecten. Welk middel is geschikt voor welke patiënt? Dit komt naar voren uit een recente compilatie van systematic reviews en meta-analyses.

Studieopzet

In totaal zijn hierbij 232 meta-analyses geëvalueerd. Gekeken is naar de bekende cardiovasculaire effecten: cardiovasculair overlijden, hartinfarct, beroerte, hartfalen, instabiele angina, en atriumfibrilleren. In totaal zijn tien klassen diabetesmedicijnen geëvalueerd.

Uitkomsten

De onderzoekers vonden zes nadelige associaties en 38 gunstige associaties. Nadelig bleken bijvoorbeeld glimepiride (beroerte [RR 2.01; 95% CI 1.02–3.98]), rosiglitazon (hartinfarct [1.28; 1.02-1.62 en hartfalen [1.72, 1.31–2.27]) en pioglitazon (hartfalen [1.40; 1.16–1.69]). Gunstige associaties, d.w.z. een verlaging van het CV risico werden geobserveerd met onder meer GLP-1 receptor agonisten en SGLT2-remmers.

GLP-1 receptor agonisten en cardiovasculaire uitkomsten

De resultaten voor GLP-1 receptor agonisten als klasse waren: MACE [RR 0.88; 95% CI 0.84-0.92], cardiovasculair overlijden [0.87; 0.81–0.94], hartinfarct [0.92; 0.86–0.99], beroerte [0.84; 0.77–0.93] en hartfalen [0.90; 0.83–0.99]).

Voor de afzonderlijke GLP-1 receptor agonisten waren de resultaten:

  • Albiglutide [MACE 0.81; 0.68–0.96], hartinfarct [0.77; 64–0.92] en hartfalen [0.71; 0.55–0.93])
  • Dulaglutide [beroerte78;0.64–0.96]
  • Exenatide [MACE 0.91;83-1.00]
  • Liraglutide [MACE 0.86;77-0.96]
  • Semaglutide [MACE 0.76;62–0.92) en beroerte [0.67;0.45–1.00]

SGLT2-remmers en cardiovasculaire uitkomsten

Voor de SGLT2-remmers als klasse waren de resultaten: MACE [0.87; 0.82–0.93], cardiovasculair overlijden [0.82; 0.75–0.90], hartinfarct [0.86; 0.78–0.94] en hartfalen [0.68; 0.63–0.73]).

Voor de afzonderlijke medicijnen was dit:

  • Canagliflozine: MACE [84; 0.75–0.93], overlijden aan hart- en vaatziekten [0.82; 0.71–0.96] en hartfalen [0.65; 0.54–0.78]
  • Dapagliflozine: hartfalen [70; 0.60-0.82]
  • Empagliflozine: MACE [85; 0.77–0.94], overlijden aan hart- en vaatziekten [0.62; 0.50–0.78] en hartfalen [0.64; 0.53–0.77]

Ook pioglitazon had bewezen cardiovasculaire voordeel: MACE [0.84; 0.74-0.96], hartinfarct [0.80; 0.67.0.95] en beroerte [0.79; 0.65–0.95]

Adapted from the Lancet Diabetes Endocrinol 2020; 192–205. Published Online January 29, 2020

Klinische praktijk

In een commentaar bij het artikel in The Lancet wijzen Srikanth Bellary, Abd Tahrani en Anthony Barnett erop dat al eerder in het ADA/EASD consensusdocument GLP-1 receptor agonisten en SGLT2-remmers als add-on aanbevolen zijn voor patiënten met gevestigde atherosclerotische hart- en vaatziekten of een voorgeschiedenis van hartfalen. Volgens hen versterken de bevindingen van deze studie het bewijs hiervoor. Het argument ten gunste van het gebruik van SGLT2-remmers en GLP-1 receptor agonisten in een eerdere fase van de ziekte, met name bij personen met een hoog cardiovasculair risico, wordt volgens hen steeds overtuigender.

Referenties

Bellary S, Tahrani AA, Barnett AH.,Evidence-based prescribing of diabetes medications: are we getting closer?, Lancet Diabetes Endocrinol. 2020 Mar;8(3):176-177. doi: 10.1016/S2213-8587(20)30020-6. Epub 2020 Jan 29.

Zhu J et al, Association of glucose-lowering medications with cardiovascular outcomes: an umbrella review and evidence map, Lancet Diabetes Endocrinol. 2020 Mar;8(3):192-205. doi: 10.1016/S2213-8587(19)30422-X. Epub 2020 Jan 29.

Plaats een reactie