SGLT-2-remmers: niet alleen voor mensen met diabetes!

Hoewel de natrium-glucose co-transporter 2 (SGLT2) remmers werden geïntroduceerd als behandeling voor type 2 diabetes mellitus, gaven de studieresultaten van de DAPA-HF en de EMPEROR-reduced al voeding aan het idee dat ook niet diabetes patiënten baat zouden kunnen hebben bij behandeling met deze middelen: beide studies toonden dat in mensen met hartfalen en een gestoorde linker ventrikelfunctie (HFrEF)  de gunstige effecten op sterfte, hospitalisatie voor hartfalen en belangrijke nier-complicaties onafhankelijk was van het wel of niet hebben van diabetes. Op de EASD 2020 werden vandaag de resultaten van de Dapa CKD (Chronic Kidney Disease) trial besproken (recent al uiteengezet op de ESC 2020).Het doel van het onderzoek was om de veiligheid en werkzaamheid van dapagliflozine te beoordelen bij het verminderen van belangrijke nier-complicaties bij patiënten met chronische nierschade (CKD) met of zonder type 2 diabetes mellitus.

Onderzoek en methoden

In de DAPA-CKD werden 4,304 mensen met chronische nierschade, gedefinieerd als eGFR 25 -75 ml/min/1.73 m2 met een urine albumine-creatinine-ratio ≥200mg/g (≥22.6 mg/mmol),  gerandomiseerd naar dapagliflozine 10 mg of placebo. Het betrof zowel mensen met als zonder type 2 diabetes  met een gemiddelde leeftijd van 61.8 jaar. Alle mensen gebruikten een maximaal tolereerbare dosering van angiotensine-converting enzyme remmer of een angiotensine-receptor blokker voor ≥4 weeks De studieduur was 2.4 jaar. Het primaire eindpunt van de studie was een samengesteld eindpunt: verslechtering van nierfunctie (gedefinieerd als een blijvende  ≥50% afname in eGFR, eindstadium nierziekte) of sterfte (sterfte aan hart- en vaatziekten en renale sterfte).

Resultaten

De studie moest voortijdig worden gestopt: na een follow up duur van 2.4 jaar werd het primaire eindpunt bereikt bij 197 van de 2152 (9,2%) dapagliflozin gebruikers tegen 312 van de 2152 (14,5%) placebo gebruikers. De hazard ratio (HR) voor het primaire eindpunt was 0,61 (95% betrouwbaarheidsinterval [CI] 0,51-0,72; p = 0,00000028). Het voordeel van dapagliflozine op het primaire eindpunt was consistent bij patiënten met en zonder diabetes type 2. Dapagliflozine verminderde alle drie de secundaire eindpunten in vergelijking met placebo. De HRs waren: 1) verslechterende nierfunctie of overlijden door nierfalen 0,56 (95% CI 0,45-0,68; p < 0,0001); 2) ziekenhuisopname voor hartfalen of sterfte aan hart- en vaatziekten 0,71 (95% BI 0,55-0,92; p = 0,0089); en 3) totale sterfte 0,69 (95% BI 0,53-0,88; p = 0,0035). In de placebogroep was het percentage patiënten dat het studiemedicijn stopzette vanwege een bijwerking of een ernstige bijwerking had respectievelijk 5,7% en 33,9%. Het percentage patiënten met deze voorvallen was vergelijkbaar in de dapagliflozine-groep (respectievelijk 5,5% en 29,5%).

Conclusie en relevantie voor de praktijk

De resultaten van deze studie geven aan dat dapagliflozine resulteert in heilzame effecten op de nierfunctie en mortaliteit bij patiënten met chronische nierschade, met of zonder type 2 diabetes mellitus. Modulaire richtlijnen beginnen hun dienst te bewijzen, want wederom dient nagedacht te worden over wijzigingen t.a.v. de inzet van SGLT-2-remmers: niet enkel patiënten met type 2 diabetes en reeds aangetoond hart- en vaatziekten, nierschade, of HFrEF, maar ook mensen zonder diabetes met hetzij HFrEF of chronische nierschade, gedefinieerd als eGFR 25 -75 ml/min/1.73 m2 met een urine albumine-creatinine-ratio ≥200mg/g (≥22.6 mg/mmol). Het zijn waarlijk spannende tijden. Soms is er echt goeds nieuws op het gebied van nieuwe geneesmiddelen.

Dr. Daniël van Raalte bespreekt de DAPA-CKD trial.

Referentie

Presented by Dr. Hiddo J.L. Heerspink at the virtual EASD 2020

Plaats een reactie