Niet-alcoholische leververvetting: hoe screenen op de vorming van fibrose en cirrose?

De meest voorkomende oorzaak van leververvetting is niet-alcoholische leververvetting (‘non-alcoholic fatty liver disease’, NAFLD). NAFLD omvat het spectrum van eenvoudige steatose, steatohepatitis (‘non-alcoholic steatohepatitis’, NASH), fibrose en – uiteindelijk – cirrose en hepatocellulair carcinoom. Ongeveer 70% van de mensen met type 2 diabetes heeft NAFLD.

Geschat heeft ongeveer 20-30% een ernstigere vorm van steatose, zwelling van de hepatocyten (‘ballooning’) en lobulaire ontsteking (NASH). Het advies is om patiënten met een verhoogd risico op NAFLD en radiologisch bewezen leververvetting te screenen op de vorming van fibrose en cirrose. Hoewel histopathologisch onderzoek van een leverbiopt de gouden standaard is om de diagnose ‘NASH’ te stellen, neigt men in de praktijk meer naar de inzet van niet-invasieve klinische modellen/scores en plasma-bio-markers voor de diagnose NASH en fibrose. De waarde van deze aanpak is onbekend bij mensen met type 2 diabetes.

Onderzoek en methoden

In een recent gepubliceerde cross-sectionele studie (1) werd bij 213 patiënten de ‘proton density fat fraction’ met behulp van MRI bepaald, en degenen met een diagnose NAFLD ondergingen een percutane leverbiopsie. Verschillende niet-invasieve klinische modellen /scores en plasma-bio-markers werden gemeten om NASH en geavanceerde fibrose te identificeren (NASH: ALAT, cytokeratine-18, NashTest 2, HAIR, BARD en OWLiver; geavanceerde fibrose: ASAT, fragmenten van propeptide van type III pro-collageen [PRO-C3], FIB-4, APRI, NAFLD fibrosescore en FibroTest).

Resultaten

Geen van de niet-invasieve instrumenten voor de diagnose van NASH had een optimale prestatie ( [AUCs] <0,80 in ROC-curve). Opvallend, geen van de geteste scores of bio-markers presteerden beter dan plasma ALAT (AUC 0,78 [95% CI 0,71-0,84]). Gevorderde fibrose daarentegen kon beter worden herkend, waarbij plasma PRO-C3, ASAT en APRI de beste resultaten toonden (AUC 0,90 [0,85–0,95], 0,85 [0,80-0,91] en 0,86 [0,80-0,91], respectievelijk). Echter, geen van deze benaderingen deed het beter dan plasma ASAT.

Conclusie en relevantie voor de praktijk

Het is vooralsnog niet goed mogelijk om met niet-invasieve instrumenten te differentiëren tussen patiënten met eenvoudige steatose en patiënten die op termijn cirrose of een hepatocellulair carcinoom zullen ontwikkelen. Mogelijk dat een combinatie van meerdere tests een alternatief kan bieden om de noodzaak tot een leverbiopt te verkleinen.

Ook in Nederland geldt het advies om patiënten met een verhoogd risico op NAFLD en radiologisch bewezen leververvetting te screenen op de vorming van fibrose en cirrose. Bij patiënten met vergevorderde fibrose of cirrose dient elk half jaar gescreend te worden op hepatocellulair carcinoom. Deze screeningsadviezen voor patiënten met NAFLD zijn overigens hoofdzakelijk gebaseerd op de meningen van experts. Recent is voor de Nederlandse situatie een stroomdiagram ontwikkeld voor aanvullende diagnostiek en surveillance bij patiënten met NAFLD. Hierbij is gekozen voor de combinatie van ALAT, ASAT, FIB-4-score [leeftijd (jaar) x  ALAT (U/L)/trombocytenaantal (109/L) X ASAT (U/L)], en transiënte elastografie (2).

Referenties

  1. Bril F, et al. Performance of Plasma Biomarkers and Diagnostic Panels for Nonalcoholic Steatohepatitis and Advanced Fibrosis in Patients With Type 2 Diabetes. Diabetes Care 2020;43:290–297.
  2. Tushuizen M, et al. Niet-alcoholische leververvetting. Een lijvige epidemie. NED TIJDSCHR GENEESKD. 2020;164:D4096

Plaats een reactie