DPP4-remmers in de oudere populatie

Door zowel vergrijzing als een toegenomen levensverwachting van de bevolking in het algemeen zullen artsen in de nabije toekomst steeds vaker ouderen behandelen met type 2 diabetes. In de grote klinische trials zijn ouderen vaak ondervertegenwoordigd, terwijl de behandeling van diabetes bij hen bemoeilijkt kan worden door uitgebreide co-morbiditeit en polyfarmacie. Binnen de  CAROLINA trial, een grote gerandomiseerde multicenter studie, werden de uitkomsten bij (onder meer) ouderen met type 2 diabetes onderzocht die behandeld werden met een DPP4-remmer of een sylfonylureumderivaat. De resultaten van dit onderzoek werden vandaag gepresenteerd op de Annual Meeting van de EASD.  

Methoden

In de CAROLINA trial (CARdiovascular Outcome Study of LINAgliptin Versus Glimepiride in T2D) werden 6033 patiënten met type 2 diabetes geïncludeerd met een HbA1c tussen 48 mmol/mol en 69 mmol/mol, een gemiddeld BMI van 30.1 kg/m2 en een verhoogd cardiovasculair risico. De interventiegroep werd behandeld met linagliptine 5 mg, de controle groep met glimepiride 1-4 mg. De primaire uitkomstmaten was dood door cardiovasculaire oorzaak, een niet fataal myocard infarct of CVA, secundair werd onder meer gekeken naar verandering in HbA1c, gewicht en hypoglykemie.

Resultaten

846 patiënten in de CAROLINA trial waren 75 jaar of ouder (14% van de totale studiepopulatie). Zowel binnen deze groep als bij de patiënten jonger dan 75 jaar werd na een mediane follow up van 6.3 jaar geen verschil gezien tussen de behandelgroepen in de primaire uitkomstmaat, tevens waren er geen verschillen in de HbA1c daling tussen de groepen. De hoeveelheid hypoglykemieën waren kleiner en het gewichtsverlies was groter in de linagliptine groep, zowel bij patiënten jonger dan 75 jaar als bij de ouderen (HR voor hypoglykemie bij ouderen > 75 jaar 0.18, 95%CI 0.15-0.21).

Conclusie en implicaties voor de praktijk

De onderzoekers concluderen dat behandeling met linagliptine bij ouderen een minder groot risico op hypoglykemieën geeft en vaker leidt tot gewichtsverlies dan behandeling met glimepiride, met daarbij een gelijk effect op cardiovasculaire eindpunten. Dit onderzoek verschaft ons waardevolle informatie over een populatie die zoals gezegd vaak ondervertegenwoordigd is in trials. Het minder vaak voorkomen van hypoglykemieën in de linagliptide groep is een niet verrassend, maar wel klinisch relevant resultaat. Immers, preventie van hypoglykemieën bij ouderen is uitermate belangrijk gezien de negatieve effecten op de kwaliteit van leven, valgevaar en ‘frailty’ (in het Nederlands ook wel ouderdomsgebonden kwetsbaarheid genoemd). Een DPP4-remmer zoals linagliptine voor een adipeuze oudere met type 2 diabetes en hoog cardiovasculair risico is mede gezien de resultaten van dit onderzoek dan ook een goede keuze. Tegelijkertijd kan afgevraagd worden hoe de  effecten van DPP4-remmers zich verhouden ten opzichte van andere glucose verlagende middelen waarvan bekend is dat zij gunstige cardiovasculaire uitkomstmaten laten zien en niet geassocieerd zijn met hypoglykemie, zoals SGLT-2 remmers. Toekomstig onderzoek zal hier mogelijk nog duidelijkheid over geven.

Plaats een reactie